Direct naar inhoud

Woorden geven aan wat je dreumes aanwijst: zo help je je kind praten

Wijzen, is precies waar taal begint.

Je dreumes wijst naar de koelkast. Of naar dat ene speelgoed. Je snapt vaak wel wat er bedoeld wordt. Dus je geeft het gewoon. Maar wat als je daar woorden aan toevoegt?

Dat kleine moment, dat wijzen, is precies waar taal begint.

In het kort

  • Aanwijzen is een eerste manier van communiceren
  • Door woorden toe te voegen, help je je kind taal begrijpen en gebruiken
  • Je hoeft niet te corrigeren, reageren is genoeg
  • Herhaling helpt je kind om woorden te leren herkennen
  • Aansluiten bij wat je kind interessant vindt, werkt het best

Zo kom je ermee in aanraking

Je bent druk bezig. Even snel iets pakken, iets geven en dan snel door. Je dreumes wijst. Jij snapt het. Klaar. Zonder dat je erover nadenkt, lossen jullie het zo samen op.

Maar daarmee mis je een kans. Niet voor het begrijpen van je kind. Dat doe je al. Maar in wat je er nog aan kunt toevoegen: taal.

Wat zegt de expert?

Priscilla Jongman is pedagogisch coach bij gro-up. Zij werkt dagelijks met jonge kinderen die nog niet praten of moeite hebben met taal. In haar werk ziet ze hoe kleine aanpassingen een groot verschil maken.

“Als een kind iets aanwijst, probeert het iets duidelijk te maken”, legt Priscilla uit. “Dat is communicatie. Alleen nog zonder woorden.”

Door woorden toe te voegen aan wat je kind aanwijst, gebeurt er iets belangrijks. Je kind leert:

  • dit wat ik wil, heeft een naam
  • als ik een woord gebruik, word ik begrepen

“Je hoeft het niet ingewikkeld te maken,” zegt Priscilla. “Als een kind naar een appel wijst, kun je zeggen: ‘Dat is een appel. Wil je de appel?’” Zo koppel je taal aan wat je kind al doet.

Van aanwijzen naar praten

Veel dreumesen gebruiken eerst gebaren. Wijzen, kijken, geluidjes maken. Dat is een logische stap. Door daar woorden aan toe te voegen, help je je kind een volgende stap zetten.

Priscilla ziet dat dagelijks: “Als je steeds woorden geeft aan wat een kind aanwijst, gaat het die woorden herkennen. En uiteindelijk zelf gebruiken.”

Daarbij helpt het om:

  • korte zinnen te gebruiken
  • woorden te herhalen
  • rustig te praten

“Herhaling is belangrijk. Door woorden vaker te horen, gaan kinderen ze sneller begrijpen en gebruiken.”

Wat je als ouder kunt doen

Je hoeft geen speciale methode te volgen. In je dagelijkse momenten zit al genoeg.

Geef woorden aan wat je ziet
Wijst je kind iets aan? Benoem het. 
“Dat is een hond” of “Wil je de beker?”

Sluit aan bij interesse
Speelt je kind steeds met dezelfde auto? Gebruik juist daar woorden bij. Dat blijft beter hangen.

Reageer op elke poging
Maakt je kind een klank? Of probeert het iets te zeggen? Ga daarin mee. Dat is al communicatie.

Houd het klein en simpel
Korte zinnen werken beter dan lange uitleg. Zo blijft het begrijpelijk.

Herhaal zonder te corrigeren
Zegt je kind “to”
Jij zegt: “Auto. Wil je de auto?”
Zo leert je kind zonder dat het fout voelt.

Wat het oplevert

Door woorden te geven aan wat je kind al doet, groeit het vertrouwen. Je dreumes merkt:

  • ik kan iets duidelijk maken
  • ik word begrepen

Priscilla ziet dat ook bij ouders: “Op een gegeven moment zeggen ze: ik begrijp mijn kind. En mijn kind begint terug te praten. Dat geeft zoveel rust.”

Tot slot

Je hoeft niet te wachten tot je kind gaat praten. De basis leg je al eerder. In kleine momenten. Een wijzend handje. Een blik. Een geluidje.

Door daar woorden aan te geven, help je je dreumes stap voor stap vooruit. En vaak begint het gewoon met: “Wil je dat?”