Afwijkend gedrag bij kinderen is soms zorgelijk, maar lang niet altijd

Afwijkend Gedrag Bij Kinderen Is Soms Zorgelijk, Maar Lang Niet Altijd

Wanneer is afwijkend gedrag een reden voor zorgen en hoe gaan we ermee om?

Alle kinderen zijn anders. Dat is wat ze leuk maakt. Op onze kinderopvanglocaties omarmen we die diversiteit daarom. Elk kind moet bij ons kunnen worden wie hij of zij is. Maar soms kan ‘anders’ ook vragen oproepen, bij de ouders of bij de pedagogisch medewerker. Als een kind er bijvoorbeeld langer dan anderen over doet om woordjes te leren. Maar wanneer is afwijkend gedrag een reden voor zorgen en hoe gaan we ermee om?

Gro-uppers Wendy Hitzert en Janine de Graag hebben dagelijks met zulke vragen te maken. Wendy is locatiemanager van kinderopvang Eigen-Wijs in Rotterdam, Janine de Graag is zorgcoördinator en komt in die rol bij verschillende opvanglocaties over de vloer als er zorgen leven.

Wat voor afwijkend gedrag komen jullie zoal tegen?

“Het kan van alles zijn. Sommige kinderen zijn bijvoorbeeld prikkelbaar en sneller boos dan anderen. We hebben kinderen die het opvallend lang lastig blijven vinden om met andere kinderen te spelen of speelgoed te delen. En op het gebied van taal zijn er grote verschillen tussen kinderen. Sommige kinderen leren de taal snel, sommige kinderen doen er een stuk langer over. Dat kan allerlei redenen hebben.”

Toch is het volgens Janine belangrijk om niet te snel conclusies te trekken. “Bepaald afwijkend gedrag hoeft helemaal niet zorgelijk te zijn. Alle kinderen zijn anders: sommige zijn bijvoorbeeld wat rustiger dan anderen, sommige zijn wat drukker. Zolang het afwijkende gedrag geen belemmering vormt voor de ontwikkeling of veiligheid van het kind in kwestie of van de andere kinderen, is er niets aan de hand. Soms kan afwijkend gedrag ook van tijdelijke aard zijn.”

Author
zorgcoördinator bij gro-up Janine de Graag

"Laten we wat minder focussen op de ‘gebreken’ van een kind en juist meer waar een kind goed in is."

Wanneer weet je wel dat het zorgelijk is?

“Een van de mogelijke signalen is als kinderen zichzelf of anderen fysiek pijn doen. Dat klinkt misschien heftig, maar kinderen die nog niet of nauwelijks kunnen praten, gaan op zoek naar andere manieren om zich te uiten. Het pijnigen van jezelf is zo’n manier.”

Vervolgens is het volgens Janine nog niet altijd makkelijk om erachter te komen wat er precies aan de hand is. “Ik heb bijvoorbeeld eens met een meisje gewerkt dat heel vaak heel hard op haar eigen oren sloeg. Het werd in eerste instantie door artsen als autistische trek weggezet, totdat een arts het wel serieus nam en het verder ging onderzoeken. Toen kwamen we erachter dat ze problemen met haar kaak had. Nadat dit verholpen was, stopte ze met zichzelf pijn te doen.

Hoe belangrijk is de samenwerking met de ouders?

“Heel erg belangrijk. Zij zien hun kind nog veel vaker dan wij, dus mogelijke problemen kunnen we alleen samen aanpakken. Het is dus heel belangrijk dat we blijven communiceren. Tijdens het 10-minutengesprek, maar juist ook als de ouder het kind komt brengen of halen. Naarmate wij langer met het kind werken, komen we er steeds beter achter wat werkt. Als een kind vaak heel druk of driftig is, kan muziek bijvoorbeeld helpen. Dat soort lessen delen we altijd met de ouders, want zij hebben er ook veel aan. Andersom leren wij ook heel veel van de ouders.”

Afwijkend Gedrag Bij Kinderen Is Soms Zorgelijk, Maar Lang Niet Altijd gro-up

Herkennen de ouders de signalen altijd?

“Nee, niet altijd. Kinderen laten bepaald gedrag alleen zien in sociale situaties, met meerdere kinderen in de buurt. Als een ouder zijn of haar kind nooit in zulke situaties ziet, is het soms moeilijk om te geloven dat er misschien toch iets aan de hand is. Ouders zijn daarom soms wat huiverig als we voorstellen om verder onderzoek te doen. Ze zijn dan misschien een beetje bang dat hun kind een labeltje opgeplakt krijgt.”

Janine informeert ouders altijd over de voordelen van onderzoek. “Juist in een vroeg stadium, als de zorgen nog klein zijn. Want hoe vroeger we weten of er iets aan de hand is en, zo ja, wat, hoe beter we onze aanpak kunnen afstemmen op het kind. En hoe kleiner de kans dat het kind een achterstand oploopt. Dat is tijdens die jonge jaren, in aanloop naar de basisschool, heel belangrijk.”

Heb je nog andere tips voor ouders?

“Nou, mijn andere tip is niet alleen voor ouders, maar voor iedereen die met kinderen te maken heeft. Laten we wat minder focussen op de ‘gebreken’ van een kind en juist meer waar een kind goed in is. Kinderen die wat moeilijker contact leggen met anderen, kunnen vaak bijvoorbeeld heel creatief zijn. En een kind met ADHD mag dan misschien wat drukker dan anderen zijn, maar zit ook boordevol energie om lekker te sporten. Laten we kinderen de ruimte geven om te zijn wie ze zijn.”